Stertil is met uitbreiding klaar voor de toekomst | Pranger-Rosier

Stertil is met uitbreiding klaar voor de toekomst

Geplaatst op 31 januari 2022

 

Het gaat goed met de Stertil Group. Het bedrijf, oorspronkelijk opgericht in 1961, is in de loop der tijd uitgegroeid tot een succesvolle, internationale onderneming met drie afzonderlijke divisies: Stertil Dock Products, Stertil-Koni Hefbruggen en Stokvis Service. Om ook in de toekomst te kunnen blijven groeien, wordt de hoofvestiging in Kootstertille uitgebreid met circa 7.800 m². Bouwbedrijf De Vries neemt de bouwkundige werkzaamheden voor zijn rekening, Pranger-Rosier pakt de installatietechnische werkzaamheden op.

Duurzame installaties   
De uitbreiding van Stertil is een ‘groen’ gebouw dat voorzien is van duurzame installaties. Deze worden verzorgd door totaalinstallateur Pranger-Rosier Installaties. Zo wordt de elektriciteit opgewekt met behulp van maar liefst 1.088 zonnepanelen op het dak.

“Stertil doet al veel zelf op elektrotechnisch gebied maar wij hebben met 32 verdeel-inrichtingen de distributie van het elektrische vermogen voor onze rekening genomen”, vertelt André Braaksma, projectleider 
e-installaties. “In de uitbreiding is verder o.a. een nieuwe hoofdverdeler van 850 Ampère aangebracht voor o.a. de pv-installatie. Een dynamische vermogensregeling zorgt ervoor dat de opgewekte energie niet wordt teruggeleverd aan het net, deze zal ook grotendeels de reeds bestaande hal voeden. De nieuwe hal wordt namelijk voorlopig vooral gebruikt voor opslag.” In de hal zijn ook dimbare ledlichtlijnen gemonteerd.

“Met een VRF systeem, gecombineerd met een WTW-unit voor ventilatie, kunnen ruimtes in het kantoor bovendien geheel gasloos worden verwarmd of gekoeld”, aldus Gerben Pieterman, projectleider w-installaties.”

 “De grote hal wordt verwarmd met behulp van infraroodstralers. De belangrijkste uitdaging lag in de tussentijdse aanpassingen die we hebben moeten doen. Al met al is het echter prettig werken met een opdrachtgever die zelf ook kennis van zaken heeft.”

Lees hier het gehele artikel in Industriebouw (januari 2022)
 



« Naar overzicht